<< terug

De Hoge Veluwe

Najaarsexcursie Nationaal Park de Hoge Veluwe 30 september 2006

Wie de Hoge Veluwe zegt denkt aan heide en bos maar de architectuurliefhebber zal waarschijnlijk eerder aan Sint Hubertus, de schepping van Berlage en het Kröller-müller museum denken. Klopt, allemaal correct. Maar misschien minder bekend is dat het Park synoniem te stellen is met namen als Jacob Kropholler, Henry van de Velde, Gerrit Rietveld, Aldo van Eyck, Wim Quist, MVRDV en West 8. Voorwaar geen kleine namen. Inderdaad is er naast huize Sint Hubertus en het museum veel meer aan (tuin)architectonische schoonheid in het Park te zien.

Toen Anton Kröller (1862 – 1941) met geld van zijn bedrijf N.V. Wm. H. Müller & Co’s Algemeene Exploitatie Maatschappij fasegewijs de gebieden aankocht dat de Hoge Veluwe zou worden, kon hij en zijn vrouw Helene Kröller-Müller (HKM) niet bevroeden dat het Park een aanzien als wat het nu heeft zou krijgen. Vanaf 1909 tot 1922 kocht en ruilde Kröller gebieden in en rond het landgoed Hoenderloo om zo  6000 hectare aaneengesloten jachtgebied te verwerven. De gewiekste Rotterdamse zakenman deed vooral in de Eerste Wereldoorlog goede zaken als gevolg waarvan hij zijn bedrijf dit kon laten doen. Zijn vrouw was in 1905 op cursus bij Hendrik Bremmer gegaan. Hij gaf aan de gegoede burgerij lessen kunstappreciatie. HKM kwam door hem op het spoor van Vincent van Gogh. Voor Bremmer was een kunstwerk geen imitatie van de natuur maar ‘een met bedoeling geobjectiveerdeaesthetische emotie’. Dat werd dus ook HKM’s mening. In 1908 kocht zij, op advies van Bremmer haar eerste Van Gogh. Er zouden er 96 volgen en daarnaast 185 tekeningen; de grootste particuliere verzameling van werk van Van Gogh.

De Kröllers woonden toen inmiddels al in Den Haag. De eerste architect waarmee ze samenwerkten was de society-architect L.J. Falkenburg. Hij verbouwde hun Scheveningse Huize ten Vijver en het hoofdkantoor van de firma Müller aan het Lange Voorhout. In 1911 reisde het echtpaar naar Berlijn af om bij Peter Behrens een oriënterend bezoek af te leggen of hij de architect van een nieuw te bouwen huis kon worden. Hij is ook naar het toen nieuw verworven landgoed Ellenwoude komen kijken. Van het ontwerp van Behrens werd een model op ware grootte gemaakt dat bovendien op rails was geplaatst om het op verschillende plekken in het landschap te bekijken maar Behrens kreeg toch geen opdracht. Na hem kwam Ludwig Mies (van der Rohe) in beeld. Ook hij werkte, net als Behrens in het kantoor aan het Lange Voorhout een ontwerp voor een woonhuis voor het echtpaar uit. Tegelijkertijd kreeg Berlage dezelfde opdracht… HKM  was zo verontwaardigd over het feit dat de architect met zijn ontwerp voor een nieuw Rotterdams stadhuis gepasseerd was dat Kröller contact met hem had gezocht. In januari 1913 kreeg Mies te horen dat zijn neoclassicistische ontwerp was afgekeurd.  Voor Berlage liep het anders af, op 1 september 1913 kwam hij in dienst bij de firma Müller, bij de ‘Afdeeling Gebouwen’ waar ook de dochter van Berlage en Dirk Roosenburg als assistent kwamen te werken. Het eerste dat hij, behalve een verbouwing van het kantoorpand aan het Lange Voorhout ontwierp was een modelboerderij bij Anloo, de Schipborg voor zoon Toon. Daarnaast ontwierp hij een groot kantoorgebouw voor de firma in Londen, ‘Holland House’. Omdat de handelsfirma extreem hoge winsten maakte kon Kröller een veel ambitieuzer project starten: een jachthuis op de Hoge Veluwe waar hij en zijn vrouw vrienden in stijl ontvangen kon. Het verhaal gaat dat Berlage de opdracht kreeg de jachtlegende van St. Hubertus van Luik in het gebouw te verbeelden. In ieder geval is het gebouw doordrenkt van zware symboliek. Het tussen 1916 en 1920 gebouwde huis werd van de nieuwste technische mogelijkheden voorzien: centraal geregelde klokken in alle kamers, een centraal stofzuigersysteem, de eerste personenlift in Nederland en een badkamer voor elk van de twintig slaapkamers. Bijna al het meubilair werd door Berlage ontworpen.

Gedurende dit project werd Huize ten Vijver verkocht en één van de mooiste buitenplaatsen in Wassenaar, Groot Haesebroek gekocht. Berlage heeft huize Groot Haesebroek van een nieuw rieten dak voorzien, iets wat hij al eerder bij de voormalige havezathe Harscamp te Harskamp dat de Kröllers ook bezaten had getekend. In 1917 ontwierp hij het Dienstgebouw van Sint Hubertus inclusief een wachtkamer en perron voor de geprojecteerde spoorlijn van de ‘Spoorweg Maatschappij De Hoge Veluwe’. Ondertussen dacht HKM aan een locatie waar zij al haar schilderijen kon onderbrengen en een eigen museum kon beginnen. Zij dacht aan het concept van een museumhuis. Ook hiervoor maakte Berlage in 1918 een ontwerp maar omdat hij zijn contract opzegde verdween hij uit beeld van de Kröllers en stortte zich op zijn binnengehaalde opdracht om het Gemeentemuseum in Den Haag te bouwen.

Omdat HKM Henry van de Velde in Den Haag eens had ontmoet vroeg ze aan Bremmer informatie over Van de Velde in te winnen. Er volgde een eerste kennismaking en Van de Velde kreeg in 1920 de opdracht om het ‘Groote Museum’ aan de voet van de Franse Berg, midden in het Park te ontwerpen. Ook bij hem bemoeide HKM zich weer met de ontwerpen. Het museum zou een centraal gedeelte moeten krijgen. Via een opeenvolging van zalen en wijze van rangschikking zou de bezoeker tot de beleving van het allerhoogste geleid worden: Van Gogh in het centrale gedeelte. In 1921werd met de bouw ervan gestart. Om de grote Maulbrunner zandstenen te kunnen aanvoeren werd er een smalspoor aangelegd. De betonnen keermuren ten behoeve van het terras werden uitgevoerd maar tot de bouw van de rest van het museum zou het nooit komen. Het project bleek te groot voor de kas van de N.V. Müller. In 1922 kreeg Bremmer van HKM te horen dat er geen geld meer voor kunstaankopen was.

Het betekende nog niet het einde van de bouwactiviteiten. In 1920 ontwierp Van de Velde een drietal typen houten woningen. Het ging om twee typen dienstwoning, waarvan er twee bij de Schipborg gebouwd werden en een opzichterswoning die zowel bij de Schipborg als bij Otterlo gebouwd werd. Bij Otterlo staan nu nog twee woningen van een ander type dat zelfs de catalogus van de leverancier van de woningen heeft gehaald: Christoph und Unmack uit Niesky, Oberlausitz, Duitsland. Van de Velde bouwde voor zichzelf nog het grote houten woonhuis De Tent op het landgoed Groot Haesebroek. De leverancier was wederom C&U. In 1921 werd het woonhuis De Witte Raaf gebouwd, een ontwerp van Van de Velde. Het huis stond toen en nog steeds direct buiten het Park, de relatie tussen Van de Velde en de Kröllers en deze opdracht is onduidelijk. Van de Velde heeft het werk van Berlage wat St. Hubertus betreft afgemaakt. Hij had er zelfs een eigen kamer. die ook nu nog zijn naam officieus draagt.

In 1931 tekende hij een nieuw Groot Haesebroek met strakke lijnen en afgeronde hoeken, terugliggende voeg en opstootvoegloze gevels kenmerkend voor de Art Decostijl van Van de Velde.

In 1935 was de firma bijna failliet en werd Kröller uit zijn functie ontheven. De Staat der Nederlanden kocht het Park onder de voorwaarde dat de staat voor een onderkomen voor de kunstcollectie van HKM zou zorgen. Dit ‘tijdelijk museum’ of ‘overgangsmuseum’ zou op 13 juli 1938 geopend worden. HKM was tot directeur van het museum benoemd. Zij was het dan ook die de inrichting had bepaald. het ontwerp was van Henry van de Velde. De museumcollectie bevatte ook meubelen uit Groot Haesebroek dat de Kröllers hadden moeten verkopen en noodgedwongen in het jachthuis waren komen wonen. Het huis dat nooit voor permanente bewoning bedoeld was werd nu door de voormalige bouwheren gehuurd.
Op 15 december 1939 lag HKM temidden van de haar meest geliefde Van Gogh schilderijen opgebaard.

Op 15 april 2006 is de gerestaureerde Van de Velde vleugel van het Kröller Müller museum geopend en op 21 februari jl. is het 150 jaar geleden dat Berlage in Amsterdam werd geboren; twee aanleidingen om het bijzondere gebied dat Hoge Veluwe heet, waar kunst en natuur elkaar ontmoeten, eens aan te doen.

Programma najaarsexcursie 30 september 2006

9.30 uur  Verzamelen station Apeldoorn;
10.00 uur  Aankomst Kröller Möller museum, nadat we één van de zes monumentale toegangspoorten van Kropholler en een kassagebouw van MVRDV gepasseerd hebben. Ontvangst met koffie met een gebakje;
10.30 uur   Start van twee simultane rondleidingen:
1. door het museum (Van de Velde vleugel en de niet minder fraaie Quist vleugel inclusief zijn auditorium);
2. rondleiding door de beeldentuin met het Rietveldpaviljoen en het pas opnieuw opgebouwde paviljoen van Aldo van Eyck dat nog met zijn aanwijzingen tot permanent paviljoen is uitgevoerd en wisseling;
12.00 uur Aan de overzijde van het museum ligt de president Steynbank van Van de Velde uit 1924;
12.30 uur Te voet naar de Koperen Kop, een uitspanning uit de wederopbouwperiode waar we de lunch zullen gebruiken;
14.00 uur Naar het jachthuis St. Hubertus. Onderweg stoppen we bij de onderbouw van de windmoloen van Van de Velde die geprojecteerd was voor de regulering van het water van de vijvers van St. Hubertus maar niet nodig bleek;
Omdat we ook hier met niet meer dan twintig mensen tegelijk door het huis mogen zal één groep te voet naar het Dienstgebouw en voormalige hoofdingang gaan en wisseling;
16.00 uur  Rit door de prachige landschappen van het Park waarbij we het beeld van generaal De Wet van Mendes da Costa, eenzaam in het Otterlose Zand bekijken, onze tocht naar de geheimzinnige en bijna geheel onbekende kunstbunker zullen vervolgen waar in de oorlog de collectie van het museum ondergebracht is geweest en naar de geprojecteerde plaats van het ‘Groote Museum’ zullen gaan. Iets verderop waakt het echtpaar Kröller-Müller vanuit hun laatste rustplaats over hun voormalig landgoed.
Tenslotte zullen we de Vijf Woningen, dienstwoningen van Kropholler bekijken.
17.30 uur Terugkomst station Apeldoorn.

Omdat we zowel entree voor het Park en het museum en Sint Hubertus moeten betalen vallen de kosten hoger uit dan gebruikelijk. Daarnaast zijn er de gebruikelijke hoge kosten zoals die van het huren van een bus en een lunch. Daarmee valt de deelnemersprijs hoger uit dan u van ons gewend bent.

Kostprijs:
€ 40 per persoon.

Opgeven:

- Per post: Richard Holstraat 3, 6815 AS Arnhem.
– per e-post: secretaris@ cuypersgenootschap.nl
– telefonisch: 06 – 54 31 46 43

Dit alles onder gelijktijdige overmaking van 40 euro op gironummer 4835002 van het Cuypersgenootschap te Druten.

Voor eventualiteiten zijn vlak voor en tijdens de excursie de volgende mobiele nummers bereikbaar:
06-55744242 of 06-13029977.

Tot ziens op de excursie, René Vossebeld,
3 augustus 2006.






Behoudsacties 1984-2006
Cuypersjaar
Jaarrekeningen
Jaarverslagen
Zorg voor monumenten