<< terug

Vituskerk Blauwhuis

De Sint Vituskerk van Blauwhuis

De Sint Vituskerk van Blauwhuis

De eerste Cuyperskerk van Fryslân

Fryslân heeft honderden fraaie, monumentale kerkgebouwen, die het waard zijn om in de zomermaanden te bezoeken, o.a. de Sint Vituskerk van Blauwhuis.

Blauwhuis – De Sint Vitusparochie te Blauwhuis ontstond als gevolg van de Reformatie. Op 31 maart 1580 verboden de Friese staten het katholicisme. Kerkelijk bezit werd onteigend, katholieken vervolgd. In Fryslân werden diverse kleine parochies opgeheven. Dat gebeurde ook met tien kleine parochies, gelegen iets ten zuiden van de lijn Bolsward-Sneek (Greonterp, Dedgum, Hieslum, Abbega, Oosthem, Westhem en anderen).

Trouw 
Relatief veel bewoners in deze streek bleven de katholieke leer echter trouw. Zij werden regelmatig bezocht door rondreizende priesters. In 1630 werd er in het missiegebied vanuit Hieslum een priester aangesteld die de tien dorpen bediende.

Een van de vele kleine meertjes in deze waterrijke streek, de Sens-meer, werd in 1632 drooggelegd. De nieuwe polderlanden werden al snel in gebruik genomen. De vergaderingen van de ingelanden en de opslag van de gereedschappen vonden plaats in een gebouw in de polder dat wegens zijn dak van blauwe pannen de naam ‘It Blauhûs’ kreeg. Dit ‘Blauwe Huis’, eigendom van een katholieke Haarlemse dame, werd in 1651 ter beschikking gesteld aan de katholieken. De priester Adam Peters, die in Hieslum niet erg centraal woonde, nam er zijn intrek; een van de kamers werd als kerkje ingericht.

In 1775 kregen de katholieken het recht om eigen kerken te bouwen. In 1780 werd het Blauwe Huis eigendom van de statie. Het Kamerkerkje werd te klein en in 1785 werd de eerste echte kerk in gebruik genomen, het huis naast de pastorie. Tot patroonheilige werd de martelaar van Sint Vitus gekozen. Sint Vitus stierf in 303/304. Vitus was de patroon van de stad Leeuwarden en van het in 1559 opgerichte bisdom Leeuwarden.

In 1855 werd de statie een officiële parochie, nog niet met de naam Blauwhuis maar met de naam Sensmeer. Wel begon er rond de kerk en pastorie geleidelijk en op kleine schaal een dorp te groeien. Hierdoor bleek de kerk al snel te klein, zodat tot nieuwbouw werd besloten.

Pierre Cuypers
Dat is het huidige gebouw dat er nu nog staat. De opdracht hiertoe werd aan architect Pierre (Petrus) Cuypers gegeven, onder meer ook ontwerper van het Centraal Station in Amsterdam. In 1871 kon de eerste neogotische Cuyperskerk in Fryslân in gebruik worden genomen. Sinds de bouw heeft de kerk maar kleine wijzigingen ondergaan; rond 1890 moesten er nieuwe leien worden aangebracht. In 1954 stortte de vloer in. In 1963 werd het priesterkoor vervangen. Dat nieuwe priesterkoor werd in 1968 overdekt door een hoger en langer priesterkoor. Als gevolg van de liturgievernieuwing werden ook de zijaltaren en het Mariabeeld geruimd.

Vanaf 27 november 1971 tot 4 mei 1980 werd de pastorie bewoond door de Zusters van het Goddelijk kind. De laatste zusters vertrokken op 4 mei 1980. Tijdens de jaren 1991-1993 werd het exterieur van kerk en pastorie gerestaureerd. Het Mariabeeld dat in 1968 uit de kerk verdween, werd in 1994 herontdekt. Op 1 oktober 1995 werd de Mariakapel opnieuw ingezegend. In 1996 volgde de verdere restauratie van het kerkinterieur. Murk Kuipers verzorgde de restauraties van het oude Vitusschilderij en de kruiswegstaties. Een parochiaan renoveerde de doopkapel en kerkportaal.

Gotiek
Pierre Cuypers (1827-1921) paste bij de kerk van Blauwhuis de gotische constructies toe en gebruikte de gotiek vooral ter inspiratie. Zijn uitgangspunt was: kerk en interieur vormen een geheel. In Fryslân bouwde hij kerken in Blauwhuis (1867), Sneek (1870), Dokkum (1869), Wytgaard (1870, afgebroken in 1967), Heeg (1876), Ameland (1878) en de Bonifatiuskerk in Leeuwarden (1882-1884).

De kerk van Blauwhuis is opgetrokken uit rode baksteen, verlevendigd door raamomlijstingen van gele ijsselsteen en waterlijsten van zandsteen. De wanden van het middenschip worden afgesloten door een spitsboogfries, de wanden van de zijbeuken door een tandfries. Ze vormen een voorbeeld van de door Cuypers’ toegepaste Romaanse elementen. Duidelijk zichtbaar is de opbouw zoals bij een basiliek; het middenschip verheft zich als lichtbeuken boven de bijbeuken. De lijnen van het exterieur volgen exact die van het interieur: de verhoogde uitwendige delen (zij-ingangen, eindtravee, transeptarmen, koortraveel) corresponderen met de inwendige hoogte; de lage uitwendige delen komen overeen met de lagere middentraveeën van de zijbeuken.

De toren heeft drie geledingen, waarboven een achtkante spits. Het interieur is opvallend kleurrijk en levendig, het middenschip en de zijbeuken zijn duidelijk soberder van transept en koor.

Het koor werd verhoogd in 1968 als gevolg van de veranderde opvattingen in de liturgie na het Tweede Vaticaans Concilie. De banken kregen een andere opstelling, de biechtstoelen werden verplaatst. Een eenvoudig nieuw altaar werd in gebruik genomen. Het hoofdaltaar heeft een overhuiving op pijlers en een kruisbeeld, geflankeerd door Maria en Johannes.

Voor de zijkapellen twee doorgangen, in de zuidelijke een beeld van Sint Vitus. De kolom is voorzien van de namen van de bouwpas-toor en de toenmalige kerk- en armmeesters. De preekstoel heeft een trapleuning met prachtig gesneden ranken en lofwerk, de kuip is eenvoudig gecanneleerd. Op de zes hoeken beelden van de vier evangelisten en van Willibrordus en Bonifatius. Boven het klankbord twee engelen. In de kolom de namen van de schenkers. Ook de schenkers van de biechtstoelen, de gebrandschilderde ramen en het doopvont lieten hun namen daarin aanbrengen.

Ook de ramen in de kerk zijn bijzonder. In het koor: de geboorte van Christus, de opdracht in de tempel, de 12-jarige Jezus in gesprek met de schriftgeleerden, de kruisiging, de graflegging, de verrijzenis, de verheerlijking. In de noorder zijkapel: de kroning van Maria. In de noordertransceptarm: de boodschap van de engel aan Maria, in de zuiderarm het huwelijk van Jozef en Maria. In de rozetten afbeeldingen van heiligen.

Het middenschip van de kerk is verdeeld in drie traveeën, de zijbeuken in zes. Dit is het gevolg van het afwisselend plaatsen van kolommen en pijlers. Dit zogeheten alternerend stelsel is een uitgesproken romaans element dat Cuypers in enkele andere kerken ook heeft gebruikt. Aan de wanden zijn de 14 kruiswegstaties en de voor katholieke kerken voorgeschreven wijdingskruisjes te zien.

Meubilair
Het meubilair van de kerk is gemaakt in de eigen ateliers van Cuypers in Roermond. Deze Cuypers-Stoltzenbergateliers vervaardigden van 1852 tot 1892 vrijwel alle banken, beelden en andere benodigdheden voor de vele kerken die hij overal in den lande bouwde.

Het tweeklaviersorgel van de Sint-Vituskerk werd geplaatst in 1924 en werd gebouwd door de gebroeders Rohlfing te Osnabrück. De firma Adema-Scheurs uit Landsmeer heeft het orgel in 1996 weer bespeelbaar gemaakt. Het orgel, werd op 22 december 1996 opnieuw ingewijd.
Dit artikel kwam tot stand op basis van gegevens van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en de interieurbeschrijving zoals pastoor P.J.J Stiekema die maakte.

Bron: Friesch Dagblad
9 juli 2003, Geloof & Kerk